Tips & Actueel mei 2025

Tips & Actueel mei 2025

Overzicht belangrijkste fiscale maatregelen Belastingplan 2026

In deze notitie worden de belangrijkste aangekondigde fiscale maatregelen voor het Belastingplan 2026 samengevat. Deze maatregelen richten zich op het verbeteren van de koopkracht, het stimuleren van economische groei en het financieren van overheidsuitgaven. Hieronder volgt een overzicht van de belangrijkste wijzigingen.

Terugdraaien btw-verhoging op cultuur, media en sport

Het kabinet heeft besloten de in het Belastingplan 2025 voorgestelde verhoging van het btw-tarief van 9% naar 21% voor goederen en diensten in de sectoren cultuur, media en sport terug te draaien. Dit volgt op parlementaire weerstand en een motie in de Tweede Kamer. De maatregel zorgt ervoor dat deze sectoren betaalbaar blijven voor consumenten en ondersteunt de toegankelijkheid van culturele en sportieve activiteiten.

Verlaging energiebelasting voor huishoudens

Om de koopkracht van huishoudens te versterken, wordt de energiebelasting voor huishoudens in 2026 verlaagd. Deze maatregel is bedoeld om de lasten voor burgers te verlichten, vooral in het licht van fluctuerende energieprijzen. Exacte details over de omvang van de verlaging worden verwacht in de ontwerpbegroting op Prinsjesdag 2025.

Stimulering medewerkersparticipaties voor start-ups en scale-ups

Vanaf 2027 wordt een nieuwe fiscale regeling ingevoerd om belastingheffing op aandelenopties voor medewerkers van start-ups en scale-ups te verlagen. Het belastingtarief wordt verlaagd van 49,5% naar maximaal 32,17% door de grondslag voor aandelenopties te verkleinen tot 65%. Daarnaast betalen medewerkers pas belasting bij verkoop van de aandelen, in plaats van wanneer deze verhandelbaar worden. Deze maatregel moet Nederland aantrekkelijker maken voor innovatieve bedrijven en talent.

Aanpassingen in box 3

Als gevolg van een uitspraak van de Hoge Raad en uitstel van de Wet werkelijk rendement box 3 naar 2027, ontstaat een budgettaire derving. Om dit te compenseren, wordt het forfaitaire rendement voor overige bezittingen in 2026 en 2027 verhoogd met 1,78 procentpunt. Het forfait voor overige bezittingen stijgt daarmee naar 7,78%. Daarnaast wordt het heffingsvrije vermogen verlaagd naar €51.396. Huurinkomsten en voordelen uit eigen gebruik van een tweede woning worden vanaf 2026 meegeteld in het forfaitaire rendement, wat de belastingdruk op vastgoedbeleggingen verhoogt. Met het verhogen van het forfaitaire rendement voor overige bezittingen (niet liquide middelen) in box 3 wordt het nog belangrijker om na te gaan of een beroep op belastingheffing over het daadwerkelijk gerealiseerde rendement wenselijk is.

Beperkte inflatiecorrectie inkomstenbelasting

Ter dekking van de teruggedraaide btw-verhoging en andere uitgaven wordt vanaf 1 januari 2026 de inflatiecorrectie in de loon- en inkomstenbelasting beperkt tot 46,2% van de normale correctie. Dit betekent dat belastingschijven en heffingskortingen minder worden aangepast aan de inflatie, wat leidt tot een lichte verhoging van de belastingdruk, vooral voor hogere inkomens.

Verlenging en verhoging RVU-vrijstelling

De drempelvrijstelling voor de Regeling voor Vervroegd Uittreden (RVU) wordt per 2026 verhoogd en verlengd met drie jaar. Dit vergemakkelijkt vervroegd pensioen voor werknemers in zware beroepen. De financiering wordt deels gedekt door een stapsgewijze verhoging van de RVU-heffing naar 65% in 2028. Er is ook budget gereserveerd voor een mogelijke verlenging na 2028.

Eindheffing voor fossiele brandstofauto’s vanaf 2027

Vanaf 2027 mogen alleen emissievrije auto’s worden geleased indien ook privégebruik is toegestaan. Er komt een pseudo-eindheffing van 52% als een benzine- of dieselauto ter beschikking wordt gesteld aan de werknemer. De eindheffing komt voor rekening van de werkgever en mag niet worden doorberekend aan de werknemer.

Overige maatregelen

Vanaf 2027 worden de stakingsaftrek en meewerkaftrek met 75% versoberd, met volledige afschaffing in 2030. Dit dient ter financiering van de regeling voor start-ups en scale-ups.

In 2026 wordt de huurtoeslag eenmalig verhoogd om huurders met lagere inkomens te ondersteunen.

Het algemene tarief voor overdrachtsbelasting voor niet-hoofdverblijfwoningen wordt per 1 januari 2026 verlaagd van 10,4% naar 8%, om de woningmarkt te stimuleren.

Nadere aandachtspunten Wet Tegenbewijsregeling Box 3

In onze vorige nieuwsbrief hebben we al enige aandacht besteed aan de Wet tegenbewijsregeling box 3, hierna gaan we in op een aantal aandachtspunten. Ook behandelen we de kritiekpunten van de twee beroepsorganisaties voor belastingadviseurs: Nederlandse Orde van Belastingadviseurs (NOB) en het Register Belastingadviseurs (RB). Deze wet is bedoeld om de periode te overbruggen tot het in werking treden van de nieuwe box 3 wetgeving per 1 januari 2028. De belastingplichtige heeft de mogelijkheid om te kiezen voor belastingheffing op basis van het forfaitaire rendement of het daadwerkelijk genoten rendement. Voor de jaren waarin de belastingaanslagen nog niet definitief zijn of om ambtshalve vermindering verzocht kan worden, wordt het een kwestie van uitrekenen wat het aantrekkelijkst is om te doen.

Kern van de Wet

De Wet tegenbewijsregeling box 3 biedt belastingplichtigen de optie om via een aangifte inkomstenbelasting aan te tonen dat hun werkelijke rendement lager is dan het forfaitaire rendement. Het werkelijke rendement omvat:

  • Rente uit spaargelden en obligaties;
  • Dividenden en andere uitkeringen uit aandelen;
  • Huurinkomsten uit onroerend goed, na aftrek van kosten zoals hypotheekrente;
  • Waardeveranderingen van activa, zoals koerswinsten of -verliezen op beleggingen.

Belastingplichtigen moeten zelf bewijsstukken aanleveren, zoals bankafschriften, dividendbewijzen, of taxatierapporten. De Belastingdienst beoordeelt deze bewijzen en kan de aanslag aanpassen als het werkelijke rendement lager is. De regeling geldt voor alle vermogenscategorieën in box 3, maar de bewijslast ligt volledig bij de belastingplichtige, wat administratieve uitdagingen met zich meebrengt.

Voor de verhuur van bijvoorbeeld woningen tussen verbonden partijen (denk ouder aan kind) gaat een zakelijkheidsbeginsel gelden, dat betekent dat een te laag hoor dan voor het inkomen in box 3 wordt gecorrigeerd naar een zakelijke huur.

Voor belastingplichtigen met een vakantiewoning die ze voor eigen gebruik hebben, gaat gelden dat ze rekening moeten houden met een bepaalde forfaitaire huur die als inkomen in box 3 moet worden aangegeven. Daarover is dan inkomstenbelasting verschuldigd. Deze bepaling krijgt veel kritiek: 1) hoe bepaal je de hoogte van de forfaitaire huur en 2)  hoe ga je om met een woning die deels voor de verhuur bestemd is en daarnaast ook leegstaat in afwachting van de verhuur. Zoals het wetsvoorstel er nu uitziet, zal de periode dat de vakantiewoning leegstaat in afwachting van verhuur meegerekend worden bij de periode van eigen gebruik. Dat betekent dat een te huur staande vakantie woning die niet daadwerkelijk wordt verhuurd en dus geen inkomsten genereert toch tot inkomstenbelastingheffing leidt over niet gerealiseerd rendement.

Commentaren van de NOB

De Nederlandse Orde van Belastingadviseurs (NOB) uit in haar reactie van 22 april 2025 haar zorgen over de rechtvaardigheid en uitvoerbaarheid van de Wet tegenbewijsregeling box 3. De NOB benadrukt dat het wetsvoorstel niet alleen moet voldoen aan de jurisprudentie van de Hoge Raad, maar ook moet leiden tot een EVRM-bestendig en rechtvaardig stelsel. Enkele specifieke punten van kritiek zijn:

  • Afwezigheid van kostenaftrek: Behalve rentekosten worden andere kosten, zoals beheerkosten van beleggingen, niet aftrekbaar gemaakt. Dit kan leiden tot een onrealistische berekening van het werkelijke rendement.
  • Eigen gebruik van tweede woningen: De regeling houdt geen rekening met het eigen gebruik van bijvoorbeeld een tweede woning, wat de belastingdruk voor deze groep kan verhogen.
  • Keuze voor vermogensaanwasbelasting (VAB): De NOB betwijfelt of een VAB in plaats van een vermogenswinstbelasting (VWB) voor bepaalde inkomenscategorieën rechtvaardig is, omdat dit belasting heft over nog niet gerealiseerde winsten.

De NOB waarschuwt dat deze tekortkomingen het gevoel van onrechtvaardigheid onder belastingplichtigen kunnen versterken, wat kan leiden tot nieuwe juridische procedures en aanhoudende onzekerheid voor zowel burgers als de Belastingdienst.

Commentaren van het RB

Het RB benadrukt de complexiteit en administratieve last van een tegenbewijsregeling:

  • Hoge bewijslast: Belastingplichtigen moeten uitgebreide documentatie aanleveren, wat met name voor kleine spaarders en beleggers een onevenredige inspanning vereist.
  • Ongelijkheid: De regeling kan voordeliger zijn voor vermogende belastingplichtigen met toegang tot professionele adviseurs, terwijl minder vermogende burgers mogelijk niet in staat zijn om het benodigde bewijs te leveren.
  • Onzekerheid over uitvoering: Het RB wijst op de capaciteitsproblemen bij de Belastingdienst, die de behandeling van tegenbewijsaanvragen kan vertragen en inconsistenties in de uitvoering kan veroorzaken.

Voor vragen of nadere toelichting, neem contact op met uw fiscaal adviseur.

Indien u naar aanleiding van een van de hiervoor genoemde onderwerpen vragen hebt, vernemen wij dat graag.