Tips & Actueel januari 2026

Bouwplaats

Tips & Actueel januari 2026

Hoge Raad zet streep door 8% belastingrente

Sinds 1 januari 2022 gold voor de vennootschapsbelasting (Vpb) een aanzienlijk hoger belastingrentepercentage dan voor andere belastingen (zoals de inkomstenbelasting). Waar de rente voor de meeste belastingen op 4% lag, werd voor de Vpb een minimum van 8% (en later zelfs 10%) gehanteerd. De overheid rechtvaardigde dit door de Vpb-schuld gelijk te stellen aan een handelstransactie.

Het oordeel De Hoge Raad heeft geoordeeld dat dit onderscheid in strijd is met het evenredigheidsbeginsel en het gelijkheidsbeginsel. De belangrijkste overwegingen zijn:

Geen handelstransactie: Een belastingschuld is geen commerciële overeenkomst, het hoge percentage voor handelstransacties mag daarom niet zomaar worden overgenomen.

Onredelijke last: De extra lastenverzwaring voor specifiek Vpb-plichtigen is onvoldoende gemotiveerd en disproportioneel.

Gevolgen: De bepaling die het minimum van 8% voorschrijft, is onverbindend verklaard. Voor de betreffende periodes moet de rente worden verlaagd naar het reguliere percentage dat ook voor andere belastingen geldt (doorgaans 4%).

Stappenplan: zo kan om vermindering worden verzocht

  1. Inventariseer uw aanslagen
    Controleer uw (voorlopige) aanslagen vennootschapsbelasting over de jaren 2022, 2023, 2024 en 2025. Is er belastingrente in rekening gebracht?
  2. Controleer de termijnen
    Aanslag nog niet definitief / korter dan 6 weken geleden: dan is het mogelijk om bezwaar te maken tegen de beschikking belastingrente.
    Aanslag reeds onherroepelijk (ouder dan 6 weken): U kunt niet meer in regulier bezwaar. U kunt dan een verzoek om ambtshalve vermindering indienen. Wij verwachten niet dat de Belastingdienst belastingrente op aanslagen die al voor de datum van de uitspraak van de Hoge Raad definitief waren zal herzien..
  3. Dien het verzoek/bezwaar in
    Doe een verzoek tot vermindering van de berekende belastingrente. Let erop dat pas als de aanslag over het jaar waarover belastingrente is berekend definitief is, bezwaar aangetekend moet worden tegen die aanslag en dat pas op dat moment het verzoek tot vermindering van de te betalen belastingrente in behandeling wordt genomen.
  4. Afwachten van de collectieve afhandeling
    De Belastingdienst heeft voor deze problematiek een aanwijzing massaal bezwaar afgegeven. Dit betekent dat als u tijdig bezwaar heeft gemaakt, uw bezwaar wordt aangehouden en collectief wordt afgehandeld na deze uitspraak. U hoeft dan niet zelf te procederen; de Belastingdienst zal de vermindering automatisch (moeten) doorvoeren.

Wij zijn u met graag van dienst bij het verzoek om vermindering van te betalen belastingrente.

Nieuwe box 3 stelsel krijgt steun Tweede Kamer

Uit de behandeling op 19 januari 2026 van het Wetsvoorstel werkelijk rendement blijkt dat de Tweede Kamer het wetsvoorstel steunt. Dat betekent dat de invoering van de Wet per 1 januari 2028 dichterbij komt. De Wet kent een aantal kritiekpunten, waarbij een belangrijk kritiekpunt is dat tussentijdse (niet gerealiseerde) waardestijgingen ook in de belastingheffing betrokken worden. Aandelen in startups en onroerend goed vallen onder de vermogenswinstbelasting, dat betekent dat pas hoeft te worden afgerekend over de waardestijging bij een verkoop. Voor veel politieke partijen geldt dat zij kritisch staan tegenover het belasten van tussentijdse vermogensstijgingen van box 3 vermogen. De vraag is of de nieuwe box 3 wet uiteindelijk wordt aangepast om tot een vermogenswinstbelasting te komen voor alle box 3 vermogensbestanddelen. Er is weinig tijd tot 1 januari 2028 om wijzigingen in de wet door te voeren en het budgettaire effect op de schatkist is ook groot. Dan kan de verleiding groot zijn om de wet zoals deze nu is opgesteld ongewijzigd aan te nemen.

Wijziging forfaitaire rendement in box 3 (sparen en beleggen) 2026

Het forfaitaire rendement op overige bezittingen is vastgesteld op 6% in plaats van de aanvankelijk voorgestelde 7,78%. Dat betekent dat box 3 tot lagere inkomstenbelastingheffing leidt als wordt uitgegaan van het forfaitaire rendement. Door gebruik te maken van de tegenbewijsregeling kan er ook voor worden gekozen om over het daadwerkelijke rendement over het jaar 2026 inkomstenbelasting te laten heffen.

Invoering BTW-herziening voor kostbare diensten aan onroerend goed

Een verbouwing aan onroerende zaken wordt voor btw-doeleinden als een dienst behandeld. Als er tijdens de verbouwing het voornemen bestaat om een onroerende zaak met btw te verhuren, kan de btw die op de verbouwingskosten drukt worden teruggevraagd van de Belastingdienst. Als de onroerende zaak na afloop van het kalenderjaar zonder btw wordt verkocht of verhuurd, hoeft de in aftrek gebrachte btw niet herzien te worden. Dat is per 1 januari 2026 veranderd. Voor diensten boven €30.000 geldt een herzieningstermijn van vijf jaar, wat aftrekbaarheid beïnvloedt bij verbouwingen of onderhoud. Als btw is afgetrokken en in de periode van vijf jaar na de verbouwing/renovatie het btw-belaste gebruik van het pand wijzigt, moet de eerder in aftrek gebrachte btw worden herzien volgens de herzieningsregels.

Als u verbouwingen laat verrichten aan panden waarvan de btw op de bouwkosten wordt afgetrokken, zal geadministreerd moeten worden over welke periode de herzieningstermijn van de afgetrokken btw loopt.

Wtmo: Wet transparantie maatschappelijke organisaties

Op 1 april 2025 is de Wet transparantie en tegengaan ondermijning door maatschappelijke organisaties door de Tweede Kamer aangenomen. Naar verwachting zal de wet per 1 juli 2026 in werking treden. Deze wet legt verschillende verplichtingen op aan maatschappelijke organisaties. Zo worden stichtingen verplicht om een staat van baten en lasten te publiceren in het handelsregister. Binnenkort komen we met een uitgebreidere notitie over de Wtmo en de verplichtingen voor maatschappelijke organisaties.

Schijnzelfstandigheid: handhaving vanaf 2025 zonder boetes in 2025 én 2026

De Belastingdienst handhaaft sinds 1 januari 2025 weer volledig op schijnzelfstandigheid, met naheffingen mogelijk vanaf die datum. Na politieke druk zijn verzuimboetes uitgesteld tot 2027. Vergrijpboetes kunnen in 2026 wél worden opgelegd bij opzet.

Het inhuren van zelfstandigen brengt ook het risico met zich mee dat deze zelfstandigen die dus in loondienst zijn, recht hebben op pensioenopbouw. Dan kan de pensioenuitvoerder zich melden en pensioenpremie navorderen. Dit risico wordt nog wel eens over het hoofd gezien.

Het inhuren van zzp’ers die feitelijk in een loondienstbetrekking zijn brengt dus geen risico op boetes met zich mee mocht achteraf blijken dat sprake is van een loondienstbetrekking. Wel is er het risico op naheffing van loonheffingen en wellicht navordering van pensioenpremies.

Belangrijk is om deze risico’s goed in beeld te hebben en zoveel mogelijk te beperken door het inhuurproces goed op orde te hebben.

mr. Ewoud de Ruiter – (1) Ewoud de Ruiter ✅ TAX | LinkedIn

Indien u naar aanleiding van een van de hiervoor genoemde onderwerpen vragen hebt, vernemen wij dat graag.